Ik heb ruim vier jaar lang getraind voor deze ruimtevlucht. En zelfs nu ik in de ruimte ben, gaat het trainen gewoon door. Zo heb ik laatst de eerste manoeuvres gevlogen met de robotarm van het ruimtestation: De SSRMS (Space Station Robotic Manipulator System, de ruimtevaart staat bol van de acroniemen) . Deze arm gebruiken we over een paar maanden als het vrachtschip Dragon van Space X bij het ISS aankomt. Met de robotarm grijpen we het vrachtschip en koppelen het dan aan het ISS. De besturing van de robotarm luistert heel nauw en het is een uitdagende taak. Don, Dan en ik moeten het nu oefenen, zodat we het straks goed in de vingers hebben.

Slaapkamer
Ik heb drie manoeuvres uitgevoerd waarbij ik naar het koppelmechanisme moest vliegen. Alle drie verliepen prima. Het is mooi om nu voor het eerst de échte arm te besturen. En het valt me op hoe goed de trainingen op de grond zijn. Het voelde precies zoals de trainingen in Canada en Houston die ik voor deze procedures

heb gevolgd. Alleen kon ik nu af en toe mijn ogen van het computerscherm in de Cupola laten glijden en vanuit mijn ooghoeken de echte arm in de vrije ruimte zien bewegen…

Via twitter en mijn blog krijg ik veel vragen over waar en hoe we slapen. Daarom heb ik even een foto gemaakt van mijn cabine. We slapen met vier astronauten in Node-2. Ieder heeft zijn eigen plekje. In mijn slaapkamer hangen foto’s van vrienden en familie. En Helen heeft een groot doek laten maken met daarop levensgroot mijn kinderen. Vanuit mijn slaapkamer kan ik mailen en bellen met thuis. Voordat ik ga slapen, luister ik naar muziek of een stuk van een hoorspel. Wat je verder op de foto ziet zijn spullen voor mijn lenzen, een kalender die door vrienden in elkaar is gezet en de kerstsok die al aan boord was toen wij op 23 december in het ISS arriveerden. Kortom: mijn slaapcabine is een gezellige chaos.