Mijn eerste week aan boord van het ruimtestation zit er alweer op. Onze lancering was prachtig. Misschien nog wel mooier voor de toeschouwers dan voor ons, omdat wij niets zagen totdat we op zo’n tachtig kilometer boven de aarde zaten. Maar als die beschermkap van de raket dan eenmaal opengaat… Wat een magnifiek uitzicht! Ik realiseerde me dat dit het moment was waar ik ruim vier jaar voor heb getraind. Ik ben terug in de ruimte en dit keer hoef ik niet na een week naar huis. Het is wel wennen, zo’n eerste week. Eerst in de Sojoez, een krap ruimteschip waar je met z’n drieën twee dagen moet bivakkeren. En dan het ruimtestation ISS, dat sinds mijn vorige vlucht twee keer groter is geworden. Ik herkende natuurlijk het Russische deel, de eettafel en volle modules. En het Amerikaanse laboratorium Destiny. Maar hele modules had ik alleen als mock-up gezien, waaronder het Europese ruimtelaboratorium Columbus en het Japanse Kibo. Ons ‘huis’ is veel groter geworden en ik kijk er naar uit om hier voor langere tijd te wonen.

Vriezer
We hadden wat tijd om rond te kijken en de ‘buurt’ te verkennen en vooral om lichamelijk te wennen aan de gewichtloosheid en de verwarrende oriëntatie.

Boven en onder bestaan niet in de ruimte. De ene keer zweef je anders een module binnen dan de andere keer. En dan herken je het niet meteen. De planning kwam geleidelijk op gang en al snel was ik met ESA-experimenten en apparatuur aan de slag. Ik heb al gewerkt met de in Nederland gebouwde Microgravity Science Glovebox, een handschoenenkast waarin je experimenten kunt doen in een beschermde omgeving. En ik heb monsters van het ROALD-2 experiment in de -80 graden vriezer van het ISS gestopt (MELFI). Het experiment onderzoekt de rol van zwaartekracht bij bepaalde proteïnen die weer van belang zijn voor het immuunsysteem.

Een module is helemaal fantastisch: het Europese raam Cupola. Deze uitkijkpost geeft je als astronaut 360 graden zicht vanuit het ISS. Als ik daar ben, zie ik de aarde in zijn volle glorie onder me door trekken of boven me, of opzij… het is maar net hoe je de Cupola binnenzweeft. Een prachtig gezicht, zowel aan de dagkant als ’s nachts, wanneer de grote steden zich laten zien als een gloed van licht. In de nacht zie je vuren, sterren, soms een meteoriet en het poollicht. Dat laatste is nog zwak, maar wordt hopelijk beter tijdens mijn verblijf. En we werden verwelkomd door de onverwachte staart van de komeet Lovejoy, die op de dag van onze lancering door onze commandant Dan Burbank werd waargenomen. Mooi te zien vlak voor zonsopkomst boven Australië.

Zweven
Ik maak mijn blogs vanuit mijn eigen slaapcabine in Node-2. Hier heb ik twee computers, een slaapzak en allerlei spullen die ik van thuis heb meegenomen,

zoals foto’s van de familie en andere persoonlijke dingen. Hier heb ik ook bijvoorbeeld lenzenvloeistof, vochtige doekjes (die je ook voor baby’s en peuters gebruikt), stralingsmeters en een kerstsok met chocolade erin. Daar mag ik nog niet van eten in verband met een andere experiment, waarbij ik vier dagen lang specifiek voedsel moet gebruiken en vragenlijsten moet invullen.

Het is dus druk. Maar ik hoef mezelf niet te herinneren dat ik toch echt weer in de ruimte ben. De hele dag, bij alles wat ik doe, zweef ik. Een heerlijk, vrij gevoel…